Actueel

monumenthetverstoordeleven


 

De drie bespiegelingen over (vormen) van verzet kunt u hier onder lezen, met foto's van Gert de Vries.

Gerja verhaal1. Leven in verzet          
       door Gerja Meima

Mijn grootouders bleken in de tweede wereldoorlog in het verzet terecht te zijn komen.

Mijn oma, Bets Meima schreef daarover. Ook een van de onderduiksters , Ilse Polak-Gumprich, schuilnaam tante Wanda, schreef een getuigenis.
Tante Wanda vertelt over hoe het begon:
"er was aan ds Meima in Neede en zijn vrouw voorgesteld om mij, een niet-joods uitziende Jodin op te nemen. Veel bedenktijd werd hen niet gegeven, want reeds de volgende avond bracht men mij naar hen toe, voordat ze eigenlijk ingestemd hadden. maar ja je kon een mens in nood toch niet terug sturen! En zo kwam ik bij Klaas en Bets Meima terecht en hun 6 kinderen. De oudste Garmt was 9 jaar en de jongste Ricus 6 weken. Het was november 1942. Mevrouw Meima zat aan de tafel met een grote hoeveelheid stop en verstelgoed van haar grote gezin."

Mijn oma vertelt daarover:
"een keurige vrouw werd binnengebracht, die uitstekend met naaiwerk bekend was. Wel moest ik lachen om haar gezicht toen ik de tafel volgooide met kousen en sokken om te stoppen. We waren er al lang van afgestapt dat gaten met bijpassend garen werden gedicht, er was zo’n gebrek aan stopgaren. De blauwe kindersokken waren met rood garen, afkomstig van een oude rode trui, gedicht."

Tante Wanda vertelt:
"mijn status werd vastgesteld: ik was een nicht van de dominee, geëvacueerd vanuit de kuststreek waar de Duitsers bunkers aanlegden. En werkelijk we hadden qua uiterlijk best familie kunnen zijn. Volgens mijn valse geboortebewijs heette ik Wanda te Winkel. De eerste tijd durfde ik me niet buiten te vertonen, hoewel mijn zwarte haren iets blonder waren geworden. Maar een pastorie is een duiventil en al gauw vertelden de kinderen dat er een nieuwe tante was gekomen."

Mijn oma vertelt:
"de kinderen vonden het gezellig met een nieuwe tante in huis maar wij als jonge ouders moesten er aan wennen en een remmende auto ’s nachts deed ons overeind vliegen in bed. Een schuilplaats hadden we al in orde gemaakt maar aan het begin van de oorlog hadden we meer gedacht aan goederen dan aan mensen. Zelfs de bakker had het een poos gebruikt als opslag voor graan. Het was prettig te weten dat er meer gastgezinnen waren in onze gemeente maar de meesten lieten het afweten als het om Joodse mensen ging."

Tante Wanda vertelt:
ïn april 1943 werd mijn man in Hengelo verraden en opgepakt. In Westerbork hoorde hij dat zijn ouders en zus naar Sobibor doorgestuurd waren. Hijzelf heeft ook daar na enige dagen zijn jonge leven moeten beëindigen. De volgende tijd was voor mij zwaar maar het vele werk in het drukke gezin gaf afleiding. Na de gebeurtenissen in Hengelo vluchtte Jacob Hiegentlich, die op hetzelfde adres als mijn man ondergedoken had gezeten naar ons toe in Neede. Ook hij werd opgenomen in het gezin tot er plaats was bij een boer. Het kwam ter sprake dat zijn moeder alleen in Amsterdam zat op een adres dat niet meer veilig was. Bets reisde met de trein naar Amsterdam om zijn moeder op te halen. Als tante Paula vond ook zij een veilige plek in Neede. En zo geraakte de familie geleidelijk aan betrokken bij het illegale werk."

Mijn oma vertelt:
"eens kwam mijn vader ons opzoeken. Nee de houding van zo’n mannenbroeder viel niet mee. Ik vond het niet nodig om de dames Paula en Wanda plus een klein Joods meisje in de schuilplaats te verbergen maar ik kreeg de wind van voren. Jij weet niet wat er in wereld te koop is. Wie stelt zijn gezin aan zulke gevaren bloot?"

Gelukkig waren niet alle ouderen zo maar wel velen.
Oma vertelt verder:
"op een bevriend adres was eens een waarschuwing binnen gekomen en men vond het nodig dat daar een joodse dame en haar zoontje werden weggehaald. Er was haast bij. De joodse dame was met waterstofperoxide behandeld voor haar haren. Vandaar Blonde Cor. Het ging om mevrouw Peper de Leeuw uit Deventer en haar zoontje Jacques. Moeder en zoon zijn een poosje bij ons gebleven tot er verplaatsing mogelijk was. Omdat onze vierde zoon een laatprater was, kon hij niet verklikken, als hij met het jongetje speelde, terwijl de rest naar school was. Jacques kon dan naar hartenlust een poosje lawaaien en wij stonden er als moeders bij te lachen. De sfeer in de oorlogsjaren was niet bepaald triest, zoals sommigen mensen menen. En blonde Cor en Wanda deden hele verhalen aan elkaar.
Na enig tobben kreeg de moeder een uitstekend huis en de jongen werd liefdevol opgenomen in een huis met grote dochters. De vader van Jacques was allang weggehaald maar de grootouders waren eveneens door Jan uit Deventer, de schuilnaam van de latere dominee Assendorp, geholpen. Helaas stierf de grootvader in onderduik en kreeg in alle stilte een nood begrafenis in de tuin van zijn onderduikhuis. Oma, moeder en kind hebben de oorlog overleefd."

Twee weken geleden zijn Struikelstenen gelegd op de Rielerweg voor de grootvader en vader van Jacques. En er dook nog een naam uit Deventer op:
Mijn oma en tante Wanda vertellen beiden daarover:
"bij de zuster van het groene kruis zat een joodse dame ondergedoken. De Duitsers deden een overval op het gebouw, arresteerden de zuster van het groene kruis maar konden de onderduikster niet vinden. Zij zat op tijd in haar schuilplaats een verlaagd plafond boven de wc. De Duitsers verzegelden het huis. En wij peinsden maar hoe we de verstekeling uit het huis moesten halen. Eerst moest de hond geborgen worden want het beest liep maar naar zijn baasje te zoeken. Een goede vriendin van de zuster ontfermde zich over hem en een van de dokters die al net zo bang was voor de hond als ik, gaf de sleutel. En zo konden we haar ophalen en even later was mevrouw P bij ons."

Mevrouw P was mevrouw Polak uit Deventer, de moeder van Felice Polak, het meisje in het witte jurkje dat op de foto van de Joodse kinderen staat die in het Etty Hillesum Centrum hangt.
Aan het begin van de artikelen die mijn oma schreef zegt zij het volgende:
"op de dag van de Duitse Inval pleegden veel joodse mensen zelfmoord. Ik heb dat altijd bijzonder tragisch gevonden. Die dit deden wisten dat het Duitse regime zou waarmaken waar het mee dreigde. Veel Joden dachten dat het wel los zou lopen. Zij trachten te laat onderdak te vinden en het Nederlandse volk, dat zich een christelijke natie noemt, heeft te veel de deur heeft dichtgehouden om de vervolgden te beschermen tegen hun moordenaars."

Tante Wanda is vorige maand overleden in Israël, 94 jaar oud. Ze liet 3 kinderen en 12 kleinkinderen na.
Het verzet van mijn grootouders was geen bewuste keuze. Zij volgden hun hart en deden iets in plaats van niets tegen het grote onrecht dat Joden, Homo’s, Zigeuners, gehandicapten werd aangedaan. ’ Je kon een mens in nood toch niet terug sturen!’

In deze tijd hoeven we meestal niet voor ons leven te vrezen als we opkomen voor anderen en ons verzetten tegen onrecht. Er is alle reden tot verzet want we zijn er niet toleranter op geworden de laatste jaren.
Het woord homo is het meest gebruikte scheldwoord op schoolpleinen.
Antisemitisme steekt weer openlijker de kop op.
Jongeren met een niet westerse achtergrond vinden moeilijk een baan ondanks de bloeiende economie.
Vluchtelingen zoeken een veilige plek bij ons maar zijn lang niet altijd welkom.

Hebben we geleerd van het verleden en houden wij de deur open?

bP50401192. Het verzet van Etty
       door Marijke Dijkstra 

Hoezo? Etty en verzet? Zij ging toch helemaal niet in verzet tegen de Duitsers? Ze ging immers vrijwillig naar Westerbork? Dat is toch het tegenovergestelde van verzet?

Dat hangt er van af wat je onder verzet verstaat. Er is bij Etty duidelijk sprake van verzet, maar dan een geweldloos verzet, een stil maar vastberaden verzet op een heel persoonlijke, individuele manier. Etty verzette zich nl. tegen de haat. Haat noemt ze : de ziekte van de ziel. Het gaat er haar om dat ze allereerst in zichzelf alle haatgevoelens uitroeit. En dat dat niet zo eenvoudig is dat blijkt wel uit de vele dagboekpagina`s die zij nodig heeft om zichzelf aan die opdracht te herinneren, om zichzelf daarover te ondervragen en de wind van voren te geven als ze vindt dat ze daarin tekortschiet. Want, als iedereen om je heen zich uitput in hatelijke opmerkingen over de vijand, over de Duitsers, dan moet je wel heel sterk in je schoenen staan om daar niet in mee te gaan.
Ze schrijft:

“De grote haat tegen de Duitsers die vergiftigt het eigen gemoed. Maar als een piepjong grassprietje te midden van een woestijn van onkruid kwam deze gedachte bij me op: al zou er nog maar één fatsoenlijke Duitser bestaan, dan zou die het waard zijn in bescherming genomen te worden tegen de hele barbaarse bende en om die ene fatsoenlijke Duitser zou men dan niet zijn haat mogen uitgieten over een geheel volk."

Etty noemt haat de ziekte van de ziel. Haar verzet tegen de haat brengt haar ertoe kritisch naar zichzelf te kijken, door zelfreflectie zich rekenschap te geven over wat ze van deze opdracht (om niet te haten) terecht brengt. Jezelf door zelfreflectie rekenschap te geven van je daden, dat noemt Etty: de moed hebben tot zichzelf. Nee, dat is niet hetzelfde als navelstaren: wat telt is hoe je in het leven staat en wat je kan doen om iedere dag opnieuw de haat in jezelf uit te roeien en een serieus en betrouwbaar mens te worden en bij te dragen aan een betere wereld. Ze schrijft:

“Ieder beetje haat dat men aan het al te vele haten toevoegt, maakt deze wereld onherbergzamer en onbewoonbaarder. Eén ding is wel zeker: men moet de voorraad liefde op deze aarde helpen vergroten.”

Etty is ervan overtuigd dat er pas werkelijk vrede kan komen als alle haat in liefde wordt omgezet. Daar probeert ze dan ook aan te werken en naar te leven, zelfs in Westerbork, waarvan ze de mensonterende omstandigheden beschrijft in haar brieven naar haar achterland.

“We mogen wel lijden, maar we mogen er niet onder bezwijken. En als we deze tijd (oorlog) ongeschonden overleven, naar lichaam en ziel, maar vooral naar ziel, zonder verbittering, zonder haat, dan hebben we het recht om een woord mee te spreken na de oorlog. Misschien ben ik wel een ambitieuze vrouw: ik zou een heel klein woordje mee willen spreken.”

Dat ‘woordje meespreken’ heeft ze gedaan in haar dagboek. Ze wilde graag ‘de kroniekschrijver van deze eeuw (haar eeuw) ‘ worden. Dat is ze geworden door haar dagboek, voor veel mensen vandaag de dag nog een inspiratiebron bij hun zoektocht naar een eerlijke en liefdevolle manier van in het leven staan.

De echo van haar woorden klinkt door in de woorden van mensen na haar, zoals Nelson Mandela en Vaclav Havel. Ook Mandela hechtte grote waarde aan introspectie, jezelf bevragen over hoe je in het leven staat. Mandela schrijft:

“De ware fundamenten van ons geestelijk leven zijn eerlijkheid, oprechtheid, eenvoud, nederigheid, vrijgevigheid en bereidheid anderen te dienen, eigenschappen die binnen het bereik liggen van iedere ziel. Maar je kunt niet ver komen in dergelijke dingen zonder oprechte introspectie, zonder jezelf, je zwakheden en fouten te kennen.”

Vaclav Havel zei het zo:

“Ieder van ons is het gegeven te ontdekken dat hij/zij door zichzelf te veranderen ertoe kan bijdragen iets te veranderen in de wereld. Dat is een geheimzinnig gebod, want het bevat de fantastische gedachte dat iedereen de wereld in beweging kan brengen. Maar het is ook een logisch gebod, want als ik – en jij en hij en zij en iedereen – niet beslis om die weg in te slaan, zal de wereld waarin wij leven, die wij helpen vormen en waarvoor wij verantwoordelijk zijn, ook nooit kunnen bewegen. Ieder van ons moet bij zichzelf beginnen. Als wij allemaal moesten wachten tot de ander begint, zou er geen eind aan het wachten komen.”

Etty is in haar leven, onder de meest moeilijke omstandigheden, de strijd tegen de haat aangegaan. Dat was haar verzet, verzet tegen de haat, tegen de ziekte van de ziel. “Want ieder atoompje haat maakt deze wereld onbewoonbaarder en onherbergzamer”   En volgens Havel kan iedereen de wereld in beweging brengen, ook door verzet tegen de haat? Ja, ook of misschien juist door, verzet tegen de haat.


aP50401553. Authentiek verzet
       door Cathelein Aaftink 

verzet is

verzet is een vrouw,
een kind op de rug,
een kind aan de hand,
is eindeloos, grenzeloos op weg,
met blaren en blèren en blote benen
in de zomer en de winter,
is stapje voor stapje
richting een nieuw huis,
misschien

verzet is een dokter
die hemel en aarde beweegt,
is een man in een tent in de modder
in een niemandsverantwoordelijkheidsland,
is zorg dragen voor mensen
die de wereld heeft uitgekotst

verzet is je met het onaanvaardbare
geconfronteerd weten
en iets doen,
daarvoor kiezen
en niet anders kunnen

verzet is een geliefde,
is met opgeheven hoofd
getuigen over vernedering en mishandeling,
is krachtige kwetsbaarheid en kwetsbare kracht
en de liefde koesteren, blijven koesteren

verzet is de fotograaf
met de demonstrant in zijn vizier,
voordat de politie hem oppakt
en hij uit het oog verdwijnt

het is beschrijven wat er gebeurt
en hoe het is
dat ’t zo is

verzet is het woord en het beeld
resonerend
in het hart, in het hoofd, in de ziel,
in de wereld
weder-klinkend

verzet is een dichter
die een vliegtuigje bestuurt,
zo laag over Rome, alsof het de Spaanse Trappen kust,
verzet is de laadruimte, vol met drukwerk,
over wandaden van het fascistisch regime,
is een regen van pamfletten
in een stad verstrooid,
is mensen informeren
en onverschilligheid proberen te keren
en dan
ten ondergaan

verzet is de jongen
die foto’s maakt met zijn telefoontje,
is dystopische werkelijkheden
delen via social media,
is bombardementen trotseren
in de hoop niet in vergetelheid te raken

verzet is weet hebben van
en dat op je geweten
willen hebben,
want eenmaal ingewijd
kun je alleen maar
doen alsof dit jou
niet ook aangaat

verzet is een vrouw
op een fiets met houten banden,
is ondergoed vol kaas en worst
op weg van Hengelo naar Rotterdam,
is de ergste honger stillen

verzet is een verborgen en verboden ruimte betreden
en deze ruimte tot je atelier verklaren

het is de status quo ontwrichten
door iets te verwezenlijken
dat niet in het plaatje past
en daarom
gekaderd dient te worden
met dreigementen en vergelding

verzet is het dochtertje
dat de tafel dekt voor zeven extra mensen,
is bedden bouwen
en alle dekens van de uitzet in gebruik,
is het huis waarin het begrip “familie”
opnieuw wordt uitgevonden

verzet is de veilige en behaaglijke
die zich niet afwendt
van andermans sores

het is onrecht
niet aanvaarden
als nevenschade van tegelijkertijd bestaan

verzet is de vrouw
die het vertikt om te haten,
al is er nog zoveel reden toe,
is een liefdevol verhouden tot een ieder--
iedere ieder--ongeacht de omstandigheid,
is ten dode opgeschreven zijn
en het bestaan bezingen, bejubelen zelfs,
in dankbare overgave,
want zo geeft zij uitdrukking aan haar
omarming van het leven

verzet is elkaar zien, écht zien
en elkaars bestaan bevestigen,
is de mens verstaan
in haar zijn
en mogelijkheden,
het leven vorm te geven, in te vullen
en betekenis te verlenen

en het zelf in de ander en de ander in het zelf
te bevrijden

 

Ontwerp en realisatie website: Sitestorm