Op de dag van de Nationale Dodenherdenking op 4 mei sprak Gerja Meima, directeur van het Etty Hillesum Centrum, bij het monument Het Verstoorde Leven. In haar toespraak verbond ze de woorden van Etty Hillesum met de actuele maatschappelijke werkelijkheid, waarin antisemitisme, vreemdelingenhaat en ontmenselijking opnieuw zichtbaar aanwezig zijn.

Meima benadrukte dat herdenken alleen betekenis heeft wanneer we bereid zijn te kijken naar de systemen die uitsluiting mogelijk maken, toen én nu. Ze riep op tot moed, verantwoordelijkheid en zorgvuldig taalgebruik, omdat woorden de voorbode zijn van daden.


Volledige speech door Gerja Meima op 4 mei 2026

Een vrede kan alleen een echte vrede worden later, wanneer eerst ieder individu vrede in zichzelf vindt en haat tegen medemensen uitroeit en overwint en verandert in iets dat geen haat meer is, misschien op den duur zelfs liefde, of is dat misschien wat veel geëist. Toch is het de enige oplossing. –

Dit schreef Etty Hillesum in haar dagboek in 1942.

We staan hier op 4 mei 2026 langs de IJsselkade bij het monument ter nagedachtenis aan Etty Hillesum die op 30 november 1943 in Auschwitz vermoord is. En met haar herdenken we alle Joden die tijdens WOII vermoord zijn. En met hen al die andere minderheden die niet voldeden aan de norm en daarom vervolgd en vermoord zijn.

86 jaar geleden begon hier in Nederland een regime dat Joden tot zondebok had gemaakt.

Joodse volwassenen en kinderen, onderdeel van de samenleving van Deventer konden worden buitengesloten, opgespoord, weggevoerd en vermoord. Ze konden niemand meer vertrouwen.  Een enkeling bood onderduik. Een ander verraadde hen. Het merendeel zweeg en keek een andere kant op.

Films, theater, boeken over WOII gaan vaak over de verhalen van die enkeling.  Bijna nooit over de zwijgende meerderheid. We stonden erbij en keken ernaar. Nederlandse overheden, politie, spoorwegen werkten mee. Het wijdverbreide antisemitisme in Nederland deed de rest en maakte dat  de uitroeiing van de Joden hier zo succesvol verliep. Het hoogste percentage van Europa. Ook 400 van de 600 Deventer Joden keerden niet terug.

Wat zegt het over ons?

81 jaar na het einde van deze gruweldaden herdenken we nog steeds. Opdat hun dood nog enige zin heeft gehad. Opdat we kunnen leren en niet opnieuw dezelfde fout maken. Leren van de geschiedenis in een tijd waarin extreem rechts, antisemitisme en vreemdelingehaat weer openlijk terug zijn.

Leren we dan nooit?

Nooit meer Auschwitz klonk en klinkt deze dag weer overal. En tegelijkertijd vergadert onze regering over het oppakken van illegalen. Alsof het geen mensen zijn. Steunen we  de Israëlische regering, of niet, of half terwijl de Palestijnen en Libanezen uitgemoord worden. Tegelijkertijd moeten onze Nederlandse synagogen en Joodse scholen al jaren dagelijks bewaakt worden. We spreken ons niet uit tegen de onrechtmatige oorlogshandelingen en laten de bullebakken van deze wereld hun gang gaan, bang als we zijn om zelf geraakt te worden of onze heilige economie.

De stemmen die buitensluiten, minderheden en kwetsbaren wegzetten  als onwenselijken klinken weer volop, met steeds meer bravoure en zelfvertrouwen.

Herdenken krijgt pas zin als  we durven te kijken naar de systemen die ervoor zorgden dat het kon gebeuren. En we de systemen van vandaag herkennen.

Haat richting minderheden, welke minderheid dan ook is als onkruid, dat onze democratie overwoekert wanneer wij het niet gezamenlijk bestrijden.  Wanneer we niet elke vorm van discriminatie en uitsluiting bestrijden.

We kunnen antisemitisme niet bestrijden met moslimhaat, of opkomen voor vrijheid van religie ten koste van de lhbtqia+ gemeenschap. Of voor veiligheid van vrouwen de straat opgaan maar gevluchte mannen geen plaats gunnen met racistische argumenten en ontkennen dat geweld tegen vrouwen vooral achter onze eigen voordeur plaatsvind. Vrijheid mag nooit ten koste gaan van anderen.

Zoals de nazi’s Joden niet meer als mensen zagen, sluipen de technocratische termen onze taal en harten binnen. Migranten als de zondebok van vandaag.

Laat ons niet opnieuw vergeten dat elke mens naast ons, een mens is net als jij en ik. Laat ons niet opnieuw de wereld indelen in goed en fout, zwart en wit, jij hoort erbij en jij niet, jij mag blijven en jij moet gaan.

En wat kunnen we doen? U,  jij en ik?

Twee dingen. Toon moed en let op je woorden.

Het tegenovergestelde van liefde is geen haat maar onverschilligheid schreef Eli Wiesel, holocaustoverlevende. Kijk niet weg maar kijk elkaar aan en zie de mens.

Tegenover onverschilligheid staat de moed om op te staan tegen onrecht. Er iets van durven zeggen als iemand een ander kwetst, of pest.

Woorden doen ertoe. Het gebruik van taal is de aankondiging van de toekomst.

Al lang voor de Joden tijdens de tweede wereldoorlog door de nazi’s vermoord werden was antisemitisme gemeengoed, werden Joden voorgesteld als het kwaad. Spraken woorden over een Joods complot dat de wereld wilde overnemen. Niet alleen in Duitsland, ook hier in Nederland. Joden kregen de schuld van alles wat fout ging. Komt het bekend voor?

Antisemitisme is nooit weggeweest. Het is er  nog steeds en laait weer op in onze tijd.

Onze eigen geschiedenis kent andere voorbeelden: om als kolonisator mensen tot slaven te maken moesten zij ontmenselijkt worden. Zwarte mensen werden als minderwaardig gezien of als gevaarlijk. Ook hier zijn de stereotypen in woorden opgebouwd. En racisme is er nog steeds en laait weer op in onze tijd. Ook homohaat en moslim haat zijn steeds hoorbaarder.

Onze taal is de alarmklok. Het huidige wegzetten van mensen in termen als Vluchtelingen in plaats van mensen die gevlucht zijn voor oorlog, honger of armoede. Of de term gelukszoekers als waardeoordeel zonder de verhalen te kennen, zonder de mensen te zien. We veroorloven ons grapjes ten koste van kwetsbaren. En je moet toch tegen een grapje kunnen. We gebruiken botte taal omdat we vinden dat we recht hebben op  vrijheid van meningsuiting. De spreekkoren als er een opvangplek voor gevluchte mensen komt.

Voor het gebruik van taal zijn we allemaal zelf verantwoordelijk. In het groot als onze invloed groot is op het werk, in de klas, bij de overheid. In het klein, thuis en  bij familie en vrienden. Laten we moed tonen om er tegenin te gaan. Ook al voelt het ongemakkelijk, kwetsbaar.

Wie ben jij? Een meeprater? Of durf je zelf na te denken en je eigen mening te vormen?

Vrij zijn we met en voor elkaar en niet ten koste van elkaar en naast elkaar. Daarom moeten we op onze woorden letten als we spreken over elkaar en beseffen dat we WIJ zijn en niet IK.

Etty weigert systematische om te haten. Ze zegt: En laten we er doordrongen van zijn dat elk atoompje haat dat we aan deze wereld toevoegen haar onherbergzamer maakt dan ze al is.

Zullen we hier volgend jaar op 4 mei weer staan? In vrijheid? Of hebben we ons zo blindgestaard op het herdenken van die gruwel van 81 jaar geleden dat we de gruwel die op ons afkomt niet zien?  Tonen we voldoende moed en daadkracht om het kwaad tegen te houden. Hebben we voldoende op onze woorden gelet?

Vandaag herdenken we de doden van gisteren die door haat en ontmenselijking, vermoord zijn. Vandaag staan we stil bij onze toekomst. We kunnen ons geen onverschilligheid meer veroorloven.

Eén ding is wel zeker, men moet de voorraad liefde op deze aarde helpen vergroten,

schreef Etty op 5 juli 1942.

© 2026 Etty Hillesum Centrum | Algemene voorwaarden | Disclaimer | Privacy verklaring | KVKnr: 41245266 | NL 07 INGB 0006 6761 13 | Grafisch ontwerp VRMGVR | Technische realisatie Sieronline B.V.